100 Tinten zwarte verf

Gepubliceerd op 16 juni 2018 om 01:36

Lang geleden lag er in het hart van Japan, hoog in de bergen, een tempel genaamd de Hai-San-Woo tempel. Honderden jonge straatkinderen werden op bevel van keizer Taro van de straat gehaald. Ze werden jaren lang getraind om krijgers te worden van Taro’s leger, alleen de sterksten en slimsten zouden het overleven.

Eén van deze jongens was Akio. Toen Akio nog maar een baby was werd zijn moeder heel erg ziek en overleed. Akio bleef achter zonder familie en zonder te weten wie zijn vader was.

Toen hij tien jaar was, was hij op een oude Japanse markt op zoek naar eten toen plotseling twee soldaten hem stevig vastpakten en meenamen.

Akio moest zes jaar lang iedere dag keihard trainen en als beloning voor zijn harde werk kreeg hij eten en een bed om in te slapen.

Er waren maar een paar regels die de vrede en harmonie in de tempel moesten bewaren:  1. Er worden geen pauzes gehouden in de tempel van Hai-San-Woo; daar is geen tijd voor. 2. Vrienden zijn een overbodige luxe. Iedere leerling behandeld zijn medeleerlingen gelijkwaardig als een leergenoot. Niets meer niets minder. 3. De leraren zijn je meesters. Je spreekt niet tegen ze, je luistert en handelt. En nummer 4,  de áller áller belangrijkste regel van allemaal: in de tempel van Hai-San-Woo wordt nooit, maar dan ook nooit, gesproken. De stilte is je enige vriend.

Akio hield van de rust, hij was heel goed bevriend met de stilte. Hij was de sterkste en slimste van alle jongens.

Er was maar één ding waar Akio meer van hield dan stilte of trainen. Akio was gek op schilderen.

Iedere avond als alle meesters en leerlingen naar bed waren ging Akio naar de tuinen van de tempel. Daar verzamelde hij zwarte bessen die hij dan met zijn vingers plette in een kommetje. Vervolgens ging hij onder zijn bed liggen en schilderde op de houten planken aan de onderkant van zijn bed prachtige werken.

Op de dag dat Akio zestien werd was de grote selectiedag aangebroken. Alle leerlingen stonden buiten op een rij te wachten op de keizer en zijn hoge generaals.

De keizer werd de trap op gedragen in een draagkoets. Meester Sing-Wa trad naar voren en wees de drie sterkste en slimste leerlingen aan.

De keizer groette de drie jongens. Deze jongens zouden deel mogen nemen aan het grote leger van keizer Taro en kregen de kans om ooit generaal te worden. 

Eén van deze jongens was Akio. De keizer vertrok snel weer.

Alle jongens liepen in doodse stilte weer het gebouw in.  Akio had nog maar één nacht waarvan hij zeker wist dat hij zou kunnen schilderen. Hij vroeg zich af of hij verder ooit nog de tijd zou hebben om te  kunnen schilderen.

Akio werd vroeger dan  normaal wakker gemaakt door één van zijn meesters en dat was zelfs voor de grote dag erg ongewoon.

Vandaag was de dag dat hij naar de legerbasis van keizer Taro zou gaan om een groot krijger te worden. Akio kijkt zijn meester diep in de ogen en zijn meester verteld hem dat keizer Taro is overleden. Akio ging dus niet meer naar de leger basis en voordat hij het wist stond hij gewoon op straat.

Wat moest hij nu doen? Alles waar hij zijn hele leven naar toe had gewerkt was weg. Hij had geen bezittingen behalve de kleding die hij droeg.

Akio trok een klein oud dorpje in en al snel was hij op de markt waar het allemaal was begonnen. Het rook er naar verrotte vis en nat hout.

Akio kreeg een kamer aangeboden van een oude man genaamd Sai-You en in ruil daarvoor moest hij iedere dag Sai-You helpen met het verkopen van zijn vieze stinkende vis op de markt. 

Van de zilveren munten die Akio verdiende kocht hij een ezel, kwasten en verf.

Zijn kamer veranderde langzaam in een atelier, daar schilderde hij de mooiste schilderijen in alle soorten zwart, wit en grijs, maar wat hij precies schilderde?

Akio kon goed schilderen, dat was een feit, maar het rare was dat iedere keer als hij een schilderij af had, hij een pot met zwarte verf en een dikke kwast pakte en het hele schilderij overschilderde met dikke vreemde zwarte verf.

Iedere keer als iemand hem vroeg; “Akio waarom doe je dat?” antwoordde hij; “De zwarte verf staat voor het donkere duistere, dat wat daar achter zit is het heldere licht dat niet gezien kan worden’’.

Akio kreeg al snel een reputatie als de gestoorde kunstenaar van het dorp.

Hij had geen vrienden en dat vond hij ook niet nodig. Hij sprak niet veel tenzij hij het van belang vond en dat mensen hem raar vonden kon hem ook niet schelen.

Na een paar jaar overleed Sai-you. Akio vertrok uit zijn kamer en kocht aan de rand van het dorp een klein huisje met 3 kamers: één om zich te wassen en te slapen, één om te eten en te leven en de derde was een ruimte voor zijn talloze teerzwarte schilderijen.

Om geld te verdienen probeerde Akio zijn schilderijen te verkopen op de markt, maar dat liep niet zo goed. Mensen wezen naar zijn schilderijen en lachten hem uit. Wie koopt er nou een zwart doek?

Na een tijdje werd het steeds moeilijker voor Akio om nog brood op de plank te krijgen, dus moest hij om zes uur ’s ochtends al op de markt staan en tot diep in de nacht door werken in weer en wind.

Akio stond dan vaak in de regen en probeerde een zeil over de kar met zijn zwarte schilderijen te spannen zodat ze niet nat werden.

De dag dat Akio zesentwintig werd was een donkere regenachtige dag. Het was al avond en hij was net van plan om de markt te verlaten toen het keihard begon te regenen.  Akio pakte snel zijn zeil om de kar met schilderijen af te dekken.

Toen het zeil over de kar lag realiseerde  Akio zich dat hij de touwen nog niet had gepakt, hij draaide zich om en boog voorover om dat te doen. Toen hoorde hij het zeil wegwaaien en een luide krak.

Akio wilde omkijken maar het was al te laat, de rem van de kar was los geschoten en de kar raakte Akio met volle vaart tegen zijn hoofd.

Daar lag Akio in het donker op de markt met een groot bloedend gat in zijn hoofd omringd door zijn eigen diep donker zwarte schilderijen. Akio zag een witte flits net alsof hij het licht in zichzelf had gevonden en daarna werd het zwart. Zo zwart, donker en duister als zijn duistere schilderijen. Akio was dood.

De volgende ochtend vond één van de eerst aangekomen handelaars van de markt Akio op de grond. Akio werd afgevoerd door de dorpelingen. Ze gooiden zijn koude lichaam in de rivier en iedereen voelde zich schuldig over hoe ze zich altijd hadden gedragen tegen Akio.

De rest van de dag werd er een wake gehouden in het dorp. De markt bleef dicht en de kooplieden raapten de schilderijen van Akio op. Eén van hen viel het op dat de schilderijen genummerd waren.

Als eerbetoon aan Akio riepen de kooplieden het hele dorp bij elkaar ze hingen alle schilderijen op aan de zijwand van een gebouw bij de markt 1,2,3,4,5…21,22,23,24,25…….66,67,68,69…….98,99,100.

Ze hingen de schilderijen op totdat de gehele muur een groot zwart vlak was geworden. Iedereen was moe en ging naar huis. Midden in de nacht toen alle dorpelingen in bed lagen begon het weer te regenen. De vreemde verf begon van de doeken af te brokkelen. Akio had de bessen van de tempel in de zwarte verf gedaan, daardoor was de zwarte verf een soort beschermlaag geworden.

Toen de dorpelingen vroeg in de ochtend naar buiten kwamen zagen ze waar Akio al die jaren aan had gewerkt.

Een kaart van zijn leven, met prachtige schilderwerken erop. De tempel van Hai-San-Woo, een vrouw, vermoedelijk zijn moeder, zijn huis, de markt, de dorpelingen, alles stond er op.

Het licht uit Akio was naar buiten gekomen en het donkere duister was verdreven.

Na een paar maanden kwam de nieuwe keizer het dorp bezoeken. Hij vond de schilderwerken op de muur zo mooi dat hij een standbeeld van Akio liet maken en het uit honderd delen bestaande schilderij liet ophangen in zijn paleis. Iedereen in Japan wilde weten wie deze geweldige kunstenaar dan wel was.

Zo werd Akio de bekendste kunstenaar ooit in Japan en vandaag de dag wordt Akio nog steeds als een groot kunstenaar gezien.

Voor alle Japanners is Akio het grote voorbeeld dat ware schoonheid en talent niet altijd zichtbaar zijn en dat je niet te snel moet oordelen.

Want iedereen heeft het licht van talent diep in zijn hart zitten ook al zijn we soms omringt door de duisternis.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.